Pastorale notitie week 38

Pastorale notitie week 38

Afgelopen maand was ik ergens in een mooi museum – een oude romaanse kerk – dat helemaal vol stond met middeleeuwse kunst: prachtige beelden, gouden kelken, kazuifels, fraaie schilderijen, te veel om op te noemen; allemaal topstukken. Ik liep daar rond en merkte dat ik niets ‘zag’ en langzaamaan een beetje geïrriteerd raakte. Normaal zou ik dan weggelopen zijn, maar toen ben ik op een gegeven moment gaan zitten te midden van al dat prachtigs en heb me afgevraagd waarom ik zo geïrriteerd werd. Er was toch niks mis met al die beelden en van de meeste beelden en taferelen wist ik echt wel wie of wat daar werd afgebeeld. Daar kon het dus  niet aan liggen. En zo bleef ik piekeren tot ik me realiseerde dat er met dat alles wél iets mis was, één ding slechts: alles stond niet op zijn plaats of werd niet gebruikt waarvoor het bedoeld was. Alles werd gepresenteerd om zijn schoonheid, maar niets was meer wat het eigenlijk was: een heilig voorwerp met een betekenis, verbonden aan een specifiek moment in het jaar of een speciale viering. Alles werd op zichzelf los van zijn oorsprong of functie getoond, als een verzameling los zand met als gemeenschappelijk kenmerk ‘middeleeuws’ of anders gezegd: ‘niet van deze tijd’. En dat irriteerde me mateloos, want voor mij was dat juist niet het kenmerk van alles wat er getoond werd. Voor mij was het gemeenschappelijk dat het sacrale, heilige voorwerpen waren, die nog steeds heel levend zijn, mij nog steeds aanspreken en nog steeds vertellen van dat mooie en wonderlijke geloof van ons. En dat werd nou net niet verteld, waardoor alles in een soort luchtledige kwam te hangen. En toen ik dat ontdekt had, heb ik de proef op de som genomen en een paar andere bezoekers aangesproken en naar hun bevindingen gevraagd. En wat bleek? Ook zij hadden er last van. Zelfs een man die verklaarde een overtuigd atheïst te zijn.
En dit alles roept een vraag op – want ik vermoed dat die museum-ervaring van me niet op zichzelf staat – namelijk: hoe komt het toch dat we niet alleen voorwerpen en beelden los van hun omgeving zijn gaan bekijken, maar waarom doen we dat ook met mensen? We kijken naar anderen als losse personen, individuen en gaan ook zo met elkaar om. Maar mensen en voorwerpen horen thuis in een verband, in een omgeving. Daar komen ze tot hun recht, daar worden ze wie en wat ze zijn. En omgekeerd: door ons zelf te verbinden aan anderen, krijgen wij – en die anderen – onze waardigheid  en worden we echte mensen. Dan pas en niet anders. En laat dat verbinden nou in het Latijn ‘religare’ of te wel religie/geloof/vertrouwen betekenen. Dus die beelden uit dat museum worden pas betekenisvol als we ze weer hun functie durven te geven, net zoals wij pas mens worden als we ons aan anderen verbinden.

pastor wim klein

 

Copyright © 2013. All Rights Reserved.