pastorale notitie 15 febr 2013

Pastorale Notitie

15-2-2013


Er zijn van die dingen waar we over praten, en daardoor heel gewoon lijken en bekend, maar dat niet zijn. En soms word je daar dan opeens mee geconfronteerd en dan merk je dat je eigenlijk helemaal niet zo goed weet, wat dat is, wat dat voor jezelf betekent. Rouwen is zo iets. We praten er over, we wensen anderen sterkte als een dierbare is overleden, en we zien dat anderen rouwen, maar over wat dat is en hoe je dat doet, daar hoor je weinig over. Jammer is dat, want nu mag iedereen voor zichzelf uitzoeken hoe hij of zij rouwt, wat dat is en wat rouwen met je doet. Rouwen is ook uit het publieke leven verdwenen; rouwen behoort tot de privé wereld, daar val je anderen niet mee lastig. Toch is rouwen iets waar we allemaal mee te maken hebben, gevraagd en ongevraagd, onverwacht soms en soms kan je je er als het ware naar toe leven.
Als pastor heb je natuurlijk vaak met rouw te maken en je poogt er verstandige woorden over te zeggen, maar toch… Zelf rouwen is iets anders. Rouwen is iets heel eigens, iets van jezelf alleen, iets dat je zelf moet doorleven, maar ook weer niet. Het is heel belangrijk dat anderen je nabij blijven, dat anderen meeleven, want zonder die anderen kom je er niet goed door. En dat is vreemd. Je hebt hen op zijn minst nodig als houvast, als brug naar het ‘normale’ leven waarin niet gerouwd wordt. Je hebt hen ook nodig om te kunnen vertellen wat je allemaal meemaakt, voelt, om uit te drukken wat er in je omgaat, want een gevoel dat niet gedeeld wordt, blijft maar rondzingen, vindt zijn bestemming niet. Maar soms wil je alleen zijn en niemand zien, dan is iedereen teveel. Rouwen is kennelijk een complex en verwarrend gebeuren: aan de ene kant iets heel gewoons, aan de andere kant heel vreemd, waardoor je even niet meer weet, hoe het aan te pakken.
Het meest vreemde is wel – althans zo vergaat het mij – dat je langzaam maar zeker degene waarover je rouwt, anders gaat zien, anders ervaart, anders beoordeelt. Op de een of andere manier verwerk je alles wat je over hem hebt gehoord – de verhalen van anderen met al die ongekende gezichtspunten en beelden – naar een completer beeld. Natuurlijk mijn vader is nog steeds mijn vader, maar er is kennelijk ruimte ontstaan om hem breder te zien, om - laat ik zeggen – zijn andere kant of kanten te accepteren. Nu ik niet meer naar hem toe kan en me niet meer tot hem hoeft te verhouden als zoon, ontstaat er plek en is er tijd om hem vollediger te zien, als een compleet mens, die naast vader nog zo veel meer was, waar je je als kind niet altijd bewust van was. Ook dat is een onderdeel van het rouwen en misschien wel een van lastigste kanten, want het zegt niet alleen iets over die ander, maar ook over jezelf. Het dwingt je jezelf opnieuw te bekijken en als het ware opnieuw positie in het leven in te nemen. En of dat altijd even prettig is? Ik kan natuurlijk niet voor anderen spreken, maar confronterend is het af en toe wel.
Misschien is het daarom goed als we wat meer met elkaar praten over rouw en hoe ieder van ons dat doet; niet de rouw van anderen maar die van onszelf. En er zijn op zijn minst twee redenen om dat te doen: het is goed als we onze eigen gevoelens verwoorden en de plek geven waar ze recht op hebben, en het is goed om te ervaren dat we echte mensen zijn, die heel het leven willen ervaren, in al zijn breedte, diepte, pijn en schoonheid, want dat doet rouwen met je. Het zij u gegund,

pastor wim klein

Copyright © 2013. All Rights Reserved.