pastorale notitie 19 april 2013

Pastorale notitie ,  19 april 2013 

Soms valt in een gesprek de term ‘kwaliteit van leven’ en die wordt dan als maatstaf gebruikt voor de vraag of het leven nog wel de moeite waard is. Je hoort die term als gesproken wordt over ernstig zieke mensen, of oude mensen of bij beslissingen over medisch ingrijpen. Het is een mooie term waar je veel mee zou kunnen als … Ja, als die term zo helder en duidelijk zou zijn als een centimeter, een rolmaat of thermometer. Maar is ‘kwaliteit van leven’ zo helder en duidelijk dat we meteen weten waar we het over hebben? En is net als elke centimeter gelijk is aan een andere, elk leven gelijk aan een ander? Om nog maar niet te vragen wat kwaliteit van leven zou zijn. 

Om maar iets simpels te noemen, een tiener, een twintiger, een dertiger en een zestiger leven alle vier op een heel andere manier, willen andere dingen meemaken – dingen die ze vroeger of later helemaal niet meer interessant vinden - en spreken dus over heel andere zaken als het gaat over kwaliteit van leven. Een stapje moeilijker wordt het als we praten over de inhoud van die kwaliteit: hoort naast plezier pijn en ziekte bij die kwaliteit? En is die pijn en ziekte iets wat positief of negatief moet worden beoordeeld? Er zullen mensen zijn die vinden dat ziekte, pijn, verdriet vermeden moet worden en niet bijdragen aan de kwaliteit van het leven, maar het gekke is dat mensen die pijn, verdriet en ziekte hebben meegemaakt, vaak vinden dat ze juist door die ellende meer kwaliteit van het leven zijn gaan ervaren, intenser van het leven zijn gaan genieten. Nog een stapje verder is de vraag of de eigen zelfstandigheid iets is dat positief bijdraagt aan de kwaliteit van leven? Zelf kunnen bepalen wat je doet, dat ook doen en niet afhankelijk zijn van anderen is een groot goed, maar draagt dat altijd bij aan een betere kwaliteit van leven? Is het niet beter om te ervaren hoe afhankelijk je als mens bent van anderen, van dingen die je niet zelf in de hand hebt? Is het niet een waangedachte dat je zelf altijd alles moet kunnen bepalen en is dat niet in strijd met elk gevoel voor realiteit? En dan een laatste stapje: de dood, hoort bij die ‘kwaliteit van het leven’? Of is dat het einde en heeft dus niets meer met kwaliteit van leven te maken. Het zou kunnen, maar leven is onlosmakelijk met dood verbonden en beide zeggen iets over elkaar. We kunnen het leven wel willen rekken, maar levert dat kwaliteit op? We kunnen ook wel alle hobbels op ons levenspad willen vermijden, maar niet die hobbels, maar de manier waarop we ze nemen (of niet) bepaalt ons leven en de kwaliteit daarvan. En voor ieder op een andere, eigen manier, ook daarin is de gelijkheid van de centimeter niet te vinden. Kortom: als we over ‘kwaliteit van leven’ praten, zijn er nog lang niet. We zullen telkens weer opnieuw moeten aangeven wat we bedoelen en vooral elkaar bevragen of we er hetzelfde onder verstaan en als we er verschillende dingen onder verstaan, die verschillen ook respecteren. Doen we dat alles niet, dan kunnen we beter maar niet over ‘kwaliteit van leven’ spreken, want het maakt niets duidelijk en zeker het leven niet aangenamer. En dat is wel de bedoeling!

Een vrolijke groet van pastor Wim Klein

Copyright © 2013. All Rights Reserved.